Skuleskogen nationaal park (zuid)

Skuleskogen nationaal park (zuid)

|

De wandeling in het Skuleskogen nationaal park in Zweden’s Höga Kusten regio was een toppertje. I.p.v. 17 km werden het er bijna 19 omdat de Slåttdalsskrevan, een kloof van maar liefst 200 meter lang en 30 meter hoog, afgesloten was wegens risico op vallende stenen. Ik wandel de zuidkant van het Skuleskogen nationaal park omdat je hier diverse karakteristieken van het landschap te zien krijgt. Het is geen eenvoudige trip omdat de paden op veel plekken bezaaid liggen met dikke keien die afgewisseld worden met eindeloze grillige boomwortels. De Slåttdalsberget domineert met zijn hoogte van 275 meter.

  • Wandeltijd (excl. rust): 5 uur
  • Zwaarte: Gemiddeld

Startpunt via de zuidelijke ingang

Ik koos voor de zuidkant van Skuleskogen, het deel dat toegankelijk is via ‘Entré Syd’. Die kant van het park heeft een streepje voor omdat vrijwel alle kenmerkende landschapstypes van het nationaal park de revue passeren: donker oerbos, kale rotskammen, kustlijn en de impressionante kloof ‘Slåttdalsskrevan‘.
Het is bovendien de enige toegang tot het park die ook in de winter open is.
De ruime parking is rustig gelegen en gratis.

Het is al bijna middag als ik mijn wandeling start. Ondanks de bewolkte lucht stijgen de temperaturen tot een stuk over de 25°. Dat komt in mei niet zo vaak voor in deze contreien. Gelukkig krijg ik al meteen de koele bescherming van de dichte bossen als ik het pad richting de kustlijn van de Botnische Golf volg. De lente is in volle gang en dat zie je aan de vegetatie die overal frisgroen kleurt.
Amper een half uurtje later bereik ik een gezellige picknick- en vuurplaats aan het water. Ik ben er helemaal alleen.

Langs de kustlijn van de Botnische Golf (Oostzee)

Het zomerseizoen (en daarmee ook het massatoerisme) moet nog beginnen. We zijn eind mei dus heb ik de indruk dat ik het hele park voor mezelf heb en dat voelt best wel ‘luxueus’ aan. Ik neem een korte rustpauze aan het mooie strand. Langs de oever liggen er twee vuurplekken op korte afstand van elkaar. Beide hebben een shelter en BBQ-gelegenheid en liggen pal aan het water waar het heerlijk is om te zwemmen (als de temperaturen een beetje meezitten).

Het pad blijft zo’n drie kilometer de kustlijn volgen, maar wel grotendeels door de koele bossen en dat is goed want de drukkende warmte overvalt me soms. Het fijne aan dit deel van het traject is dat je heel snel het water in kunt als je even wil opfrissen. Dit kustpad is veel minder heuvelachtig dan elders in het park. Je wandelt hier dus vlak langs de zee en passeert verschillende zandstranden.

Ter hoogte van een schuilhut draait het pad stilaan weg van het water. De hut heet ‘Näskebodarna‘ en heeft vier bedden, een houtkachel, open haard en toilet. Het is ook een leuke plek om je tent op te zetten als je dat wenst.

De schiereilandjes Tärnättholmarna

Na een dikke vijf kilometer rustig wandelen splitst het pad. Je krijgt hier de mogelijkheid om de route eventueel uit te breiden met een bezoekje aan de twee schiereilandjes Tärnättholmarna. Ik heb tijd zat en kies op de splitsing het pad oostwaarts naar de eilandjes.

Tärnättholmarna is een interessant gebied dat eigenlijk uit twee afzonderlijke eilandjes bestond, maar als gevolg van landopheffing ontstonden er natuurlijke zandbruggen tussen de twee eilandjes. Deze landopheffing is het resultaat van het verdwijnen van de ijsmassa na de laatste ijstijd. Het gewicht van de ijsplaat drukte de grond naar beneden. Toen het ijs begon te smelten kwam de grond als het ware opnieuw naar boven. Volgens het beheerplan van Skuleskogen is dit proces nog steeds aan de gang en zouden de schiereilandjes in de toekomst gewoon deel gaan uitmaken van het vasteland.

Op elk eilandje kan je eventueel overnachten in mooi onderhouden hutten met meerdere bedden en een houtkachel.
Bovendien wordt kamperen er overal langs het strand toegestaan.

De hut is ook voorzien van basiskeukengerei, evenals een tafel en stoelen. Het voelt nog redelijk nieuw aan en het is duidelijk dat er veel tijd en zorg besteed wordt aan het onderhoud. Het is niet mogelijk om de hutten van tevoren te reserveren. Iedereen is er welkom, maar eerst is eerst. Wel geldt er een algemene regel dat nieuwe gasten voorrang krijgen op gasten die er al een nachtje hebben doorgebracht.

Een land dat nog altijd stijgt

Een fascinerend aspect aan Skuleskogen is dat er nog steeds een geologisch proces aan de gang is. Tijdens de ijstijd was dit gebied bedekt met een laag landijs van ongeveer 3000 meter dik. Het enorme gewicht van deze ijslaag drukte de aardkorst omlaag. Toen de ijskap zo’n 9.600 jaar geleden definitief smolt, begon de aardkorst zich langzaam te herstellen, een proces dat geologen postglaciale landopheffing noemen, en dat nog altijd doorgaat met ongeveer 9 millimeter per jaar.
Het resultaat is wereldwijd uniek. De Höga Kusten regio heeft de hoogste kustlijn ter wereld, met een hoogte van ongeveer 285 meter boven de huidige zeespiegel. Sinds het einde van de laatste ijstijd is het land hier dus al 285 meter gestegen en het is nog niet gestopt. Ik reken snel uit dat er tijdens een mensenleven nog minstens een halve meter bij komt… Fascinerend!
Dat verklaart ook waarom dit gebied sinds 2000 op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat.

Pittige klim naar uitzichtpunt

Na mijn korte omweg naar Tärnättholmarna hervat ik de wandeling op de hoofdroute en trek verder westwaarts in de richting van de Slåttdalsskrevan, een bekende kloof zo’n twee kilometer verderop.

Wat volgt is een heftige en steile klim van zo’n 900 meter en een gevecht tegen enorme rotsblokken en grillige wortelsystemen. Mijn zware rugzak helpt me niet als ik me voortdurend moet optrekken tussen die vele blokken en de focus moet houden om struikelen te voorkomen. Ik loop bovendien een flinke snijwonde op in mijn rechterduim en moet even halt houden om mijn EHBO-kit erbij te nemen.

Puffend en zwetend vergat ik zelfs om af en toe eens rond me te kijken. Ik ben al bijna boven als ik me realiseer dat er tussen de bomen door zeer indrukwekkende uitzichten opdoemen van de Oostzee en de vele eilandjes langs de kust. Het doet me de scherpe pijn aan mijn duim snel vergeten. Eenmaal boven valt mijn mond open van verbazing… wat een ongelooflijk uitzicht heb je hier!

Tärnättvattnen op de Höga Kustenleden

Ik neem uitgebreid mijn tijd voor een rustmoment en een snelle hap en zet dan mijn weg verder naar de Slåttdalsskrevan. Een goede 45 minuten bereik ik de noordelijke oever van het Tärnättvattnen. De hut (Tärnättstuga) die ik hier aantref is overigens een populaire rustplaats voor hikers die de Höga Kustenleden (135 km) doen, één van de vele bekende langeafstandspaden in Zweden.
Er zijn vier slaapplaatsen, matrassen, een houtkachel en tafels. Buiten vind je vuurplaatsen, houtopslag en toiletten.
De hut is het ganse jaar gratis toegankelijk en kan niet vooraf gereserveerd worden. Ook hier geldt het principe dat je plaats moet maken voor nieuwe gasten indien je hier al een nachtje hebt geslapen.

Slåttdalsskrevan (Slåttdals-kloof)

Niet veel later maakt het pad een bocht noordwaarts. Ik moet opnieuw de strijd aanbinden met een gigantisch netwerk van dikke wortels, maar het weerhoudt me niet om volop te genieten van het mysterieuze oerbos om me heen.

Nog geen kilometer verder doemt de fameuze Slåttdalsskrevan voor me op. Deze indrukwekkende kloof zou het hoogtepunt moeten zijn van de tocht, maar dat valt even tegen. Ik heb het geluk duidelijk niet aan mijn kant want de ingang is afgesloten met een ketting en duidelijke waarschuwingsborden.

Ik verneem later dat de kloof al sinds 2023 permanent gesloten is voor wandelaars omdat de overheid de veiligheid niet meer kon garanderen wegens vallende rotsblokken. Natuurlijk krijg je vanaf beide uiteinden van de kloof nog altijd een spectaculair uitzicht, maar er doorheen wandelen kan dus niet meer.

GEOGRAFISCHE ACHTERGROND
De Slåttdalsskrevan is meer dan 1200 miljoen jaar geleden ontstaan toen magma vanuit de aarde naar boven kwam en een gang van diabas (een soort zwart gesteente) vormde dwars door de hardere granietlaag. De diabas verweerde sneller dan het omringende gesteente en opeenvolgende ijstijden en de daarop volgende landopheffing hebben de kloof in de loop van de tijd verder uitgeschuurd tot de huidige diepe, smalle spleet van ongeveer 200 meter lang, 7 meter breed en 30 tot 40 meter diep.
De kloof bevindt zich overigens in de flanken van de Slåttdalsberget, met zijn 280 meter de hoogste berg in Skuleskogen.

Ik volg het alternatief pad dat steil omhoog leidt tot ver boven de kloof. Deze is helaas niet zichtbaar maar je wordt wel beloond met indrukwekkende panoramische uitzichten op de Botnische Golf en de eilandjes.

De ‘omweg’ maakte mijn wandeling in het Skuleskogen nationaal park dus een stukje langer, maar het natuurschoon dat je in de plaats krijgt is bijna niet te evenaren. En zo kom ik een klein half uurtje later aan het andere (zuidelijk) uiteinde van de Slåttdalsskrevan terecht.

Trollporten (de mini-kloof)

Ik heb me laten vertellen dat deze mini-kloof door sommige wandelaars die de route in de andere richting lopen per vergissing wel eens aanzien wordt voor de Slåttdalsskrevan en keren hier dan terug. Grote fout dus, want dit is de Trollporten. Het bevindt zich amper 100 meter voor de zuidelijke ingang van zijn grote broer.
Het is een beetje ‘creepy’ om er onderdoor te wandelen maar wel fun.

Terug naar start

Het pad leidt me eerst nog een 2,5 kilometer verder in noordwestelijke richting, grotendeels door naaldbossen over diverse soorten terrein, zoals zachte bosgrond, houten paden, maar ook enorme rotsen en kliffen passeren de revue. Ik houd even halt aan een lieflijk watervalletje voor een snack. Hier en daar kom ik ook nog sneeuwtapijten tegen wat best wel verrassend is op deze lagere hoogte in de bossen.
De laatste vier kilometer terug naar de parking zijn die bekende ‘laatste loodjes’ die het zwaarst wegen. Niet omdat het terrein moeilijk is maar omdat mijn voeten en onderbenen stilaan beginnen te protesteren na het vele klimwerk van vandaag. Gelukkig blijft het pad gestaag dalen en is het heerlijk koel in de frisgroene bossen.
Ik kom tevreden en met een brede glimlach terug aan mijn wagen.

Routedetails en GPX track

Meer inspiratie

  • | |

    Junker Jägare: een oersteen met een verhaal

    Vanaf de ingang Vitsand aan de rand van het Tiveden nationaal park leidt een korte wandeling je langs een indrukwekkend pad naar een bijzonder stuk rots van 15 meter hoog, Junker Jägare. De steen bleef hier 10.000 jaar geleden verdwaald achter toen de binnenlandse ijskap begon te smelten. En Zweden zou Zweden niet zijn moest er ook hier geen mythisch verhaal aan vasthangen…

  • |

    Phu en Nar trek: Kagbeni tot Tatopani

    In Marpha – het Delightful Apple Capital – waar de commerce rond appels op volle toeren draait, drinken we appelbrandy en verslikken we ons in gedroogde appelschijfjes en appeltaart. We gunnen ons ook eens een busrit naar de volgende bestemming Tatopani, een bruisend toeristisch dorpje waar iedereen de zinnen lijkt te hebben gezet op de Hot Springs. 

  • |

    Utnäset-Uvviken: wandelen door 2 natuurreservaten

    Noordwestelijk aan het enorme Vätternmeer, op de grens tussen de Zweedse provincies Örebro en Västra Götaland ligt een gebied met twee natuurreservaten: Utnäset en Uvviken. Het is een archipellandschap met talrijke kleine landtongen, rotsstranden en beschutte baaien waar het toerisme blijkbaar nog niet echt is doorgedrongen want we kwamen er niemand tegen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *