Döda Fallet (de dode waterval)

Döda Fallet (de dode waterval)

|

Eenmaal je dankzij de vele infoborden begint te begrijpen wat er zich hier op 6 juni 1796 heeft afgespeeld word je stil. De grootste natuurramp die Zweden ooit kende werd veroorzaakt door menselijke graafwerken. Door het graven van een kanaal ter hoogte van het Ragundameer en een gebrek aan geologische kennis bezweek de ondergrond door het gewicht van het water.

  • Wandeltijd (excl. rust): 2 uur
  • Zwaarte: Licht

Döda Fallet – wandelen door het decor van een verdwenen waterval

In het hart van de Zweedse provincie Jämtland ligt een plek die tegelijk indrukwekkend, vreemd en bijna onwerkelijk aanvoelt: Döda Fallet.
Je wandelt er door een droge kloof vol afgeronde rotsen, enorme ketelgaten en stille dennenbossen. Tot de lente van 1796 bulderde hier één van de grootste stroomversnellingen (waterval incluis) van Zweden… de machtige Storforsen.

Het Zweedse woord ‘döda‘ betekent ‘dood’, en dat is precies wat je er aantreft: een dode waterval. Geen druppel water, geen oorverdovend geraas, geen schuim. Alleen een drooggevallen rivierbedding van 800 meter lang, rotsblokken zo groot als bestelwagens en een vreemde stilte die je doet stilstaan bij het drama dat zich hier lang geleden heeft afgespeeld.

Een menselijke catastrofe die het landschap hertekende

De omgeving werd hier meer dan 7.000 jaar lang gedomineerd door indrukwekkende stroomversnellingen en de 28 meter hoge Storforsen waterval.
Glaciaal puin blokkeerde duizenden jaren lang de rivier Indalsälven waardoor een gletsjermeer van 25 km lang ontstond (het Ragundameer). Dit meer overstroomde vervolgens over een natuurlijke dam met indrukwekkende stroomversnellingen die eindigden in de Storforsen waterval, één van de grootste van Zweden.

Aan het einde van de achttiende eeuw was houttransport enorm belangrijk in Noord-Zweden. Boomstammen werden via rivieren naar de kust gevoerd, maar de machtige Storforsen vormde een groot probleem. Het water stortte zo wild naar beneden dat grote hoeveelheden hout vernield werden nog voor ze de zagerijen bereikten.
De oplossing leek eenvoudig: een kanaal graven langs de waterval zodat het hout veilig kon passeren. De handelaar Magnus Huss, later bekend als ‘Vildhussen’ of ‘de Wilde Huss’, kreeg de opdracht om dat project uit te voeren. Huss was gedreven, eigenzinnig en niet bijzonder geneigd naar adviezen te luisteren. Wat hij niet wist, was dat de rug waarop hij groef niet alleen uit zand en grind bestond, maar ook uit silt, een bodemsoort die bij verzadiging alle stabiliteit verliest en bijna vloeibaar kan worden. Hij wist evenmin dat er zich onder die rug een oude, diepe geul van een prehistorische rivierbedding bevond.

Op 6 juni 1796 steeg het waterpeil van het Ragundameer uitzonderlijk hoog door een voorjaarsvloed. Het water vond zijn weg naar het nieuwe kanaal, begon de losse bodem weg te vreten en veroorzaakte rond 9 uur ‘s avonds een kettingreactie die niet meer te stoppen was. Alsof de stop uit een badkuip getrokken werd liep het meer in amper vier uur tijd helemaal leeg. Driehonderd miljoen kubieke meter water volgde de weg van de minste weerstand. Een gigantische vloedgolf van 25 meter hoog raasde door de vallei en sleurde bossen, schuren, visplaatsen en molens mee. De machtige waterval viel stil. Voor altijd.
Wat overbleef van het meer was een modderige, stinkende vlakte. 

Opmerkelijk genoeg vielen er tijdens de ramp zelf vermoedelijk geen directe slachtoffers. Veel huizen lagen hoger op de hellingen en de doorbraak gebeurde ’s nachts, waardoor mensen tijdig konden ontsnappen.
De economische schade was echter enorm. Dode zalm lag overal verspreid op de weilanden en hing zelfs in de bomen. Twee miljoen kubieke meter grond werd door de ontspoorde rivier verplaatst, helemaal tot aan de Baltische Zee meer dan 100 kilometer verderop. Daar vormde het een delta die vandaag nog altijd bestaat en waarop nu de luchthaven van Sundsvall-Timrå ligt.
Het juridische staartje van de ramp duurde overigens bijna 200 jaar. De laatste rechtszaak vond plaats in 1975. De Hoge Raad besliste dat niemand aansprakelijk kon worden gesteld en dat de ramp waarschijnlijk vroeg of laat sowieso zou hebben plaatsgevonden.

En hoe liep het met Magnus Huss af ? Wel, die zou in de zomer van 1797 tijdens een boottocht op de Indalsälven verdronken zijn. Hij is 42 jaar oud geworden en ligt begraven op het kerkhof van Liden.
Volgens het gerucht zouden plaatselijke bewoners, uit ergernis, zijn roeispanen hebben verstopt en de boot de rivier op hebben gedreven wat hij dus niet zou hebben overleefd.

Wandelen op en rond Döda Fallet

Het natuurreservaat is gelegen tussen Hammarstrand en Bispgården, langs weg nummer 87. Er is een ruime parking en de toegang is volledig gratis.
Er zijn verschillende gemarkeerde wandelingen mogelijk. Er zijn korte gezinsvriendelijke lussen met enkele uitzichtplatformen waar je een indrukwekkend overzicht krijgt van het voormalige stroomgebied van de waterval. Je kunt de wandeling ook uitbreiden naar de bossen voor een intensere ervaring in de wildernis van Jämtland. Ik stap uiteindelijk een kleine vier kilometer, waarvan een zeer mooi stuk langs de Indalsälven.

Roterende tribune

Vlak bij de parking valt mijn oog meteen op een eigenaardig houten constructie. Het blijkt om een roterende tribune te gaan, de enige in zijn soort in Zweden.
Het wordt in de zomer gebruikt voor openlucht theaterproducties en muziekevenementen waarbij het publiek langzaam roteert en een continu veranderend panoramisch uitzicht voorgeschoteld krijgt als achtergrond.

Meteen voorbij de tribune leidt een houten loopbrug me over de spoorweg. Eenmaal aan de overzijde valt het me op hoeveel inspanningen men hier geleverd heeft om er een indrukwekkend geopark te creëren, toegankelijk en leerrijk door de talrijke interessante infoborden langs de paden. Ik kijk neer op een uitgebreid netwerk van houten loopbruggen en trappen doorheen de droge rivierbedding.

Ik besluit dat gedeelte echter pas te doen op het einde van de wandeling. Eerst wil ik de natuur opsnuiven in de heerlijk frisse Zweedse bossen.
De volgende houten loopbrug leidt me het groen in naar de zogeheten ‘Naturstig’. Twintig minuten later zie ik de Indalsälven voor me opdoemen.

Langs de oever van de Indalsälven

Het geeft een heel vreemd gevoel om te beseffen dat de gladde rotsen waar ik momenteel op sta in de lente van 1796 nog tot de bodem van deze prachtige rivier behoorden. In die tijd zou ik op deze plek de wilde golven van de Storforsen waterval hebben kunnen voelen. Sinds de ramp stroomt de rivier opeens 35 meter lager.
Nog een leuk weetje is dat deze rotsen 1,9 biljoen jaar oud zijn (1,900,000,000!). Mijn gedachten gaan alle kanten uit…

De rivier koos opnieuw een oude bedding uit de ijstijd en sleet een compleet nieuw traject uit door het landschap. Sommige delen van de oude vallei werden volledig drooggelegd, andere verdwenen onder het geweld van de vloedgolf. 

Lintjärnen, waar Storforsen ontstond

De infoborden maken gelukkig duidelijk wat je allemaal te zien krijgt. Hier sta ik voor de kloof die 7000 jaar geleden gevormd werd door de stroomversnellingen en waar uiteindelijk iets verderop de Storforsen waterval geboren werd.

Blik op de droge Storforsen

Ik ben intussen zo’n drie kilometer gevorderd op de route en het indrukwekkendste stuk ligt nu pal voor mij. Ik sta letterlijk voor de klif waar de rivier zich meer dan 7000 jaar lang 28 meter naar beneden gooide. Daarboven bevindt zich de kale rivierbedding met gigantische rotsblokken zo groot als bestelwagens, die hier wellicht al van voor de laatste ijstijd liggen. Ze zijn zo zwaar dat het water ze niet heeft kunnen verplaatsen. Er is geen grind en nauwelijks kiezelstenen te vinden. Dit komt doordat de rivier al het fijnere materiaal stroomafwaarts heeft meegevoerd.

De Herkules mijn

In deze tien meter diepe mijnput hoopten mijnwerkers zilver te vinden, maar in plaats daarvan kregen ze grafiet. De mijn dateert uit het midden van de 19e eeuw, maar was geen succes en werd al snel gesloten omdat het onvoldoende mineraal opleverde om de mijnbouw voort te zetten. De roestbruine strepen in het gesteente zijn ijzerertsafzettingen.
Het gesteente in de mijn begon af ​​te brokkelen en er hebben zich al verschillende instortingen voorgedaan. De mijn is daarom om veiligheidsredenen gesloten voor bezoekers.

Ik stap verder op de houten wandelpaden en begeef me dus letterlijk in het voormalige stroomgebied van die verdwenen waterval. Dat maakt een tocht aan Döda Fallet zo anders dan een klassieke boswandeling. Je loopt niet naast het water maar exact op de plek waar het ooit met enorme kracht doorheen beukte.
De droge rivierbedding is ongeveer achthonderd meter lang en oogt nog steeds verrassend ruw. Overal liggen gigantische afgeronde stenen, uitgesleten rotspartijen en diepe ketelgaten die eeuwenlang door ronddraaiend water en stenen werden uitgeslepen.

Een van de vreemdste wandelplekken van Zweden

Wat Döda Fallet zo memorabel maakt, is dat het geen klassiek natuurwonder is. Het is een landschap dat ontstond door een mislukte poging om de natuur te controleren, een bewijs dat de mens niet dominant is. Dat voel je tijdens de hele wandeling.

Voor wandelaars is dit een unieke bestemming, ondanks de geringe afstand die je aflegt. De tocht is technisch helemaal niet zwaar, maar zowat elke meter van het landschap vertelt een verhaal. Je wandelt niet zomaar door een natuurgebied. Je wandelt door het restant van een verdwenen rivier en waterval.
De vele infobordjes laten je letterlijk even stilstaan bij het drama en je verwerft meer en meer inzicht naargelang je vordert.
Kortom, het is zonder de minste twijfel de moeite waard om hiervoor een omweg te maken.

Routedetails en GPX track

Meer inspiratie

  • |

    Over de Hagelandse Heuvels

    Tussen de steden Leuven en Aarschot ligt een bijzonder aantrekkelijk heuvelachtig landschap, het Hageland. Wandelen in deze Hagelandse Heuvels laat je kennismaken met talrijke gevarieerde landschappen, zoals vlakke velden, glooiende heuvels en weelderige bossen, maar ook met de traditionele manier van leven van de landbouwers hier.

  • Roadtrip Schotland: Edinburgh – Drymen

    Na ons blitzbezoekje aan Edinburgh staan we al vroeg op en maken ons klaar voor een lange rit naar het Trossachs National Park, aan de grens tussen de Lowlands en de Highlands. Onderweg bezoeken we Midhope Castle, een 15e-eeuws torenhuis, en tot mijn grote verbazing herken ik het gebouw meteen uit één van mijn favoriete series ‘Outlander’.

  • Maleisisch Borneo: Kinabalu Park

    Eenmaal in het Kinabalu Park wijst alles zichzelf, dit is één van de grootste toeristische trekpleisters en er zijn dus overal wegwijzers aangebracht. Een verblijf van meerdere dagen is een overweging waard, want buiten de beklimming van de Kinabalu (4.101 m) zijn veel avontuurlijke trekkings mogelijk langs een wirwar van jungletrails.

  • Maleisisch Borneo: Bario – Kelabit Highlands

    In de lucht beginnen we pas echt te beseffen hoe enorm de groene long onder ons wel is. Eén gigantisch groen tapijt met daartussen hier en daar de glinstering van een riviertje of waterval. In een mum van tijd hangen we boven het groene Kelabit-gebergte en maken we ons klaar voor de landing in Bario.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *