Kloventocht Evagraven, Fiskhålsgraven en Ruändan-top
In de late lente, vlak voor het hoogseizoen zou beginnen, liep ik in de buurt van het Flatruet plateau de Evagraven Kloventocht. Een mooie wandeling van 12,5 kilometer door een stille wereld. In het Zweeds heet het de ‘Hällmålningsrundan’, twee spectaculaire kloven, een plek met 4000 jaar oude rotstekeningen en een bergkam met panoramische uitzichten. Een dag die ik niet snel ga vergeten.
Flatruet: het dak van Zweden
Eerst een beetje context. Flatruet is een hoogvlakte in het grensgebied van Jämtland en Härjedalen. Over dit plateau slingert de Flatruetvägen, de hoogstgelegen openbare weg van Zweden, die op zijn hoogste punt 975 meter boven zeeniveau uitkomt. De weg verbindt de dorpjes Funäsdalen en Ljungdalen en werd ingehuldigd op 31 juli 1938. Tot op vandaag blijft het een onverharde grindweg.
Eenmaal boven de boomgrens openbaart zich een toendra-achtig landschap met glooiende heuvels, uitgestrekte venen en kristalheldere beekjes. Er zijn geen bomen te bespeuren. Rendieren grazen er vrij rond en roofvogels cirkelen boven je hoofd. In de winter wordt de weg ‘s nachts gesloten omwille van de vaak extreme weersomstandigheden.
- Flatruet boven de boomgrens
Tijdens mijn voorbereidingen had ik mijn oog al laten vallen op twee indrukwekkende kloven en een gebied met neolithische rotstekeningen. Ze liggen op de oostelijke kant van Flatruet en terwijl ik in de buurt was wilde ik deze natuurlijk van dichtbij gaan bekijken.
Praktisch: hoe geraak je er?
De trailhead van de Hällmålningsrundan (de officiële Zweedse naam van de lus) bevindt zich aan de Ruvallen herdershutten (Ruvallens fäbodar), een kleine zomernederzetting die je bereikt via een zijstraat van de regionale weg Z537, net ten oosten van Messlingen.
De toegangsweg is een onverharde tolweg. Aan de slagboom wordt er van je verwacht dat je 4 à 5 euro in een kastje deponeert, een systeem dat werkt op vertrouwen. Van hieruit rijd je dan twee kilometer verder tot je de parking aan de herdershutten bereikt.
Maar…. toen ik aan de slagboom arriveerde bleek deze vergrendeld te zijn met een hangslot. Te voet kun je er door maar mijn auto moest op de parking langs de hoofdweg blijven staan, maar een straf kan je dat moeilijk noemen. De rustige parking is immers prachtig gelegen langs een kabbelend riviertje met een heerlijk overdekt rustplekje er bij.
Die extra twee kilometers te voet over de grindweg zijn te doen, maar het maakt de wandeling dus wel vier kilometer langer (heen en terug).
Het is onduidelijk wanneer de tolweg opent voor motorvoertuigen, maar ik vermoed dat dit enkel in het hoogseizoen zal zijn.
De Hällmålningsrundan is in principe zo’n 8 km lang. Ik deed er bijgevolg 12,5.
- Parking langs de Z537
- Parking langs de Z537
- Tolhuisje naar Hällmålningsrundan
Coördinaten parking:
62.667833, 12.908827
Naar de Ruvallen herdershutten
De exact twee kilometer lange grindweg van het tolhuisje naar de herdershutten biedt weinig bescherming tegen de brandende zon, maar de uitzichten zijn niet verkeerd. Ik wandel door kale toendra-achtige vlaktes met schaarse begroeiing, berkenbosjes en naaldbossen. Maar als de slagboom open is dan adviseer ik toch om het tolgeld te betalen en deze grindweg te voet te vermijden.
- Onderweg naar de Ruvallen hutten
- Ruvallen herdershutten
Ruvallen zijn voormalige zomerse veeweidehutten (fäbod) waar boeren elk zomer hun vee naartoe dreven om te laten grazen op de hoge bergweiden van Flatruet.
De plek, en ook de ruime parking, is verlaten wanneer ik er arriveer.
- Rustplekje aan de parking en vertrekpunt trail
- Op de trail
Naar de ‘Hällmålningar’
Amper 100 meter voorbij de hutten zie ik een wegwijzer met het opschrift ‘Hällmålningar‘. Het betekent zoveel als ‘rotsschilderingen’ en dat is dan ook meteen het eerste hoogtepunt dat ik zal tegenkomen op deze route. De trail is duidelijk gemarkeerd met oranje paaltjes en heet officieel Guldtur 6 – Hällmålningsrundan.
Het pad klimt gestaag omhoog door schaarse naaldbossen, hier en daar door stukken moerasgebied. Gelukkig werden er hier en daar houten paden aangelegd zodat je niet tot je enkels hoeft weg te zakken in het slijk. Je ziet duidelijk dat de bomen het moeilijk hebben hier en dat de boomgrens niet ver weg meer is. Ik bevind me hier op zo’n 700 meter hoogte.
De begroeiing wordt alsmaar dunner en kleiner naargelang ik de 850 meter nader maar de uitzichten worden des te indrukwekkender. Besneeuwde bergtoppen openbaren zich in de verte. Ik ben nog maar een dik uurtje onderweg als ik de grillige rotsflanken in de buurt van Hällmålningar nader.
Rotstekeningen van 4.000 jaar geleden
En dan zie ik opeens het infobordje over de rotstekeningen verschijnen.
Op één van de talloze verticale rotswanden werden zo’n 4.000 jaar geleden enkele rotstekeningen gemaakt door prehistorische jager-verzamelaars. Op een vlak van ongeveer 2 x 1,5 meter werd een 20-tal dieren geschilderd met verf van rode klei. Het gaat om beren, rendieren en elanden. Ook menselijke figuren zijn zichtbaar.
Wetenschappers vermoeden dat sommige beelden in meerdere tijdperiodes overschilderd werden.
- Infobordje Hällmålning
- Picknickplekje
Het is maar een heel eenvoudig tafereel waar ik naar sta te kijken, maar het doet wat met een mens. Ik zie immers dezelfde indrukwekkende landschappen als de makers van de tekeningen millennia geleden. Deze mensen documenteerden wat hen destijds bezig hield en dat was voornamelijk jagen.
Naar de top van de Ruändan (951m)
Vanaf dit punt maakt het pad een bocht naar links en zet ik mijn weg westwaarts verder. 500 meter verder bereik ik de heuveltop Ruändan op 951 meter hoogte. Vanaf hier kijk ik 360° over het plateau heen. Dit is het hoogste punt van de tocht en als ik mijn ogen naar de westelijke horizon richt dan kijk ik zelfs tot in Noorwegen. Op een heldere dag is dit één van de mooiste panorama’s die je in Zweden kunt vinden.
Op de top valt mijn oog op een zeer bijzondere mossoort op de kale rotsen. Als je het van naderbij bekijkt dan lijkt het op een landkaart en dat verklaart meteen de Latijnse naam: Rhizocarpon geographicum.
Het groeit in bergachtige streken met zeer weinig luchtverontreiniging. Het groeiproces verloopt extreem langzaam met slechts 0,25 tot 0,6 mm per jaar en kan wel 1.000 jaar oud worden. Het spreekt voor zich dat dergelijke delicate rotsen met respect moeten benaderd worden.
- Landkaartmos op de rotsen
- Zeldzaam Landkaartmos van dichtbij
- Op de top van de Ruändan
- Heerlijk panoramisch uitzicht
De Evagraven-kloof
Het pad daalt vervolgens licht af naar de eerste kloof toe. Het ligt er op veel plaatsen erg zompig bij. De sneeuw is nog niet overal verdwenen en het smeltwater zorgt hier en daar voor veel wateroverlast en ondergelopen paden. Gelukkig heb ik stevig, waterdicht schoeisel en houd ik het nog net droog, maar hier en daar moet er toch wat omgelopen worden omdat het water gewoon te diep is.
Wanneer ik uiteindelijk de Evagraven-kloof nader is mijn verbazing groot. De ganse kloof ligt nog quasi volledig ondergesneeuwd. Het uitzicht is spectaculair.
Het nadeel is natuurlijk dat het nu levensgevaarlijk is om er in af te dalen. In de zomer moet het fantastisch zijn om dit gebied beter te ontdekken.
De Evagraven-kloof, helemaal dichtgesneeuwd
De Evagraven-kloof werd meer dan 10.000 jaar geleden, aan het einde van de ijstijd, uitgesleten door smeltwater van het enorme ijsmeer Ljunganissjön.
De V-vormige kloof is 800 meter lang, 25 meter breed en 15 meter diep.
Twee legendes
Natuurlijk hoort er bij zo’n indrukwekkende kloof ook een legende, zelfs twee in dit geval…
De meest hardnekkige legende vertelt dat een Sami-vrouw (Eva) in de winter onderweg was met haar rendieren en een ‘ackja’ (bootvormige slede) toen er plots een felle sneeuwstorm opstak waardoor het zicht volledig verdween. De vrouw raakte gedesoriënteerd en stortte met haar hele span de afgrond in.
Een tweede legende dateert uit de 17e eeuw. Deze gaat over een jong herdersmeisje dat vanuit de Ruvallen hutten met haar vee de bergen introk. Het meisje raakte vermist en na dagenlange zoektochten op de hellingen van de Flatruet werd haar levenloze lichaam uiteindelijk diep op de bodem van de kloof teruggevonden.
- Dikke sneeuwmuur op het pad
Ik volg een GPS-route om zo toch minstens in de buurt van het pad te kunnen blijven. Het leidt langs de noordelijke rand van de kloof maar daar wordt ik geconfronteerd met een sneeuwmuur van een kleine twee meter dik. Pal aan mijn linkerzijde valt mijn oog op een paar diepe holtes. Het is duidelijk dat ik me hier aan de rand van de kloof bevind, maar het pad is volledig verdwenen onder een dik pak sneeuw. Ik twijfel enige tijd of ik het risico wel wil nemen om de sneeuwlaag te beklimmen en verder te stappen. Je weet immers nooit of er onder de sneeuw verborgen spleten liggen. Ik zie bovendien nergens voetstappen wat er op wijst dat ik hier vandaag wellicht de eerste wandelaar ben.
Ik controleer aan de hand van meerdere digitale wandelkaarten of ik wel correct op het pad sta. In dat geval moet er onder de sneeuw immers vaste grond zijn. Met een klein hartje waag ik het er op en ik klim langzaam de sneeuwmuur op en probeer in te schatten of de sneeuw stevig genoeg is om mijn gewicht te dragen. Dat blijkt geen enkel probleem te zijn maar het blijft erg spannend. Stapje voor stapje steek ik de witte vlakte over. Amper 20 m verder bereik ik de overkant en zie ik het pad weer opduiken. Ik zat dus juist.
Eenmaal aan de overzijde klimt het pad omhoog en krijg ik een indrukwekkend beeld voorgeschoteld van de ondergesneeuwde kloof en het witte dal in het verlengde ervan en waar ik de oversteek heb gedaan. Wat een magisch landschap!
Fiskhålsgraven
Het pad slingert zich heel langzaam westwaarts naar beneden. Een kleine twee kilometer verder dient de tweede kloof zich al aan: de Fiskhålsgraven.
De naam betekent zoiets als ‘viskuilkloof‘ omdat hier in één van de vele kleine meertjes in de kloof een zeldzame vissoort leeft, de Arctische Charr (Salvelinus Alpinus L.). Het is een zalmsoort die al sinds de laatste ijstijd van 12.000 jaar geleden in Zweden voorkomt. Toen de ijskap begon te smelten veranderde de Oostzee in snel tempo waardoor de zalm nieuwe watergebieden moest opzoeken en kwam als het ware vast te zitten in deze kloof. De beschermde soort gedijt hier echter uitstekend, al meer dan 7.000 jaar lang.
Op driejarige leeftijd meet de vis slechts 9 centimeter in lengte en groeit daarna nog maar met een halve centimeter per jaar. De oudst gedocumenteerde trekzalm was 9 jaar oud en 12,4 centimeter lang. Met wat geluk kan je een paar exemplaren zien zwemmen in de kraakheldere bassins.
Terug naar de parking
Ik neem uitgebreid mijn tijd op het afwisselend pad langs de Fiskhålsgraven. Het is in elk geval een stuk interessanter om hier rond te wandelen dan aan de hoger gelegen Evagraven die vrijwel helemaal bedekt was door die sneeuwlaag.
Er resten mij nog twee kilometer tot aan de parking aan de Ruvallen herdershutten. Het rotsachtige pad kronkelt nu doorheen schaarse berkenbossen. Het zijn echter niet de mooie witte bomen zoals we ze kennen. De berken zien er bijzonder schraal en grimmig uit en worden ook niet hoger dan een paar meter. Het verraadt hoe ruig en zwaar de lange winters hier zijn.
De laatste kilometers terug naar mijn startpunt langs die lange en saaie grindweg vallen me zwaar maar ik leef weer op van zodra ik mijn wagen zie staan aan het kabbelende beekje met de ondergaande zon op de achtergrond. Al bij al was het een prachtige tocht die ik iedereen dik kan aanbevelen.
- Parking langs de Z537



















































